Achtergrond stamboom Wiersma

Het verhaal achter

Familie Wiersma

UILTJE FOPPES WIERSMA

1838-1916

Uiltje Foppes Wiersma  was géén voorouder van mijn vrouw Riëtte Wiersma. Hij was de achterneef van haar betovergrootvader, dus hele verre familie. Toen deze betovergrootvader (Hylke Pieters Wiersma) in 1876 overleed hertrouwde zijn weduwe Jiskje Ringnalda kort daarna met Haitze Foppes Wiersma, de achterneef van haar eerste echtgenoot Hylke die tevens de jongere broer was van Uiltje Foppes Wiersma. Toen werd Uiltje Foppes de zwager van Jiskje Ringnalda haar betovergrootmoeder Jiskje Ringnalda.

Uiltje Foppes Wiersma was op jonge leeftijd timmerman, later werd hij godsdienstonderwijzer. Naast deze bezigheden schreef Uiltje ook familiegeschiedenis over de voorouders van zijn vader, moeder en vrouw (resp. Wiersma, Visser en Bouma). Hij noemde zijn geschrift  ‘Het Familieregister’ welke tegenwoordig in het Fries Archief ” Treasor”  bewaard wordt.

Uiltje Foppes Wiersma schreef in ongeveer 1880 onder andere over de boerenhofstede in Abbega die in circa 1695 door Pyter Algers werd gebouwd, waar jarenlang Wiersma’s woonden. Deze boerderij lag 10 minuten gaans ten westen / zuidwesten van de kerk en toren in Abbega schreef hij in het familieregister. Als timmerman was Uiltje bouwvakker en heeft hij in 1852 ook gewerkt aan de nieuwe boerderij van de Wiersma’s. Hij schreef onder andere dat de nieuwe boerderij werd gebouwd en daarna de oude werd afgebroken. 

Hij eindigde zijn geschrift over deze boerderij  met “Deze plaats is de Wiersma’s plaats van oudsher. Zij was het, zij is het, zij blijve het in lengte der dagen”. Uiteindelijk woonden de Wiersma’s en hun nazaten Groenveld, tot ongeveer 1995, zo’n 300 jaar, op deze plaats. 

Uiltje Foppes bouwde ook huizen aan het Streekje in Oosthem waar minstens drie Wiersma’s woonden. Waaronder Uiltjes broer Haitze Wiersma met zijn tweede vrouw Jiskje Ringnalda, de drie kinderen van Jiskje (Klaaske, Pieter en Klaas Wiersma) en ook kinderen uit het eerste huwelijk van Haitze.

Uiltje maakt ook notities over het dagelijks leven in Abbega, zoals anekdotes en opmerkingen over zijn voorouders  maar ook schreef hij  hoe moeilijk de boeren het hadden met overstromingen, droogte, ongedierte, zoals muizenplagen. Uiltjes dochter Sietsche Wiersma (1865-1948) heeft als enige uit het gezin haar ouders overleefd. Zij had geen kinderen en heeft het familieregister doorgegeven aan haar neef Hielke Haitzes Wiersma, één van zijn kinderen heeft vervolgens gezorgd dat het origineel van het familieregister in Leeuwarden bewaard wordt.

HIJLKE KLAZES WIERSMA

1907-2002

Hijlke Klazes Wiersma (1907-2002) was de broer van  Pieter Wiersma (1914-1970) , de grootvader van mijn vrouw Riëtte Wiersma. Hijlke schreef zijn memoires in de laatste jaren van de twintigste eeuw.  De belangrijkste onderwerpen uit deze memoires zijn het leven als schipper in Friesland, de verhuizing van Heeg naar Apeldoorn en het bestaan van zijn ouders, broers en zusters in Apeldoorn

UILKE RIENKS

1660-1730

Uiltje Foppes Wiersma schreef in het familieregister dat er altijd Wiersma’s hebben gewoond in de boerderij aan de Hissedijk in Abbega. Ook schreef hij dat in het begin een voorouder van Wiersma trouwde met de dochter van de eigenaar van de boerderij en daar ging wonen. In de cohieren van Abbega staat onder andere vermeld dat Pieter Algers (in ieder geval) van 1698 tot 1706 eigenaar van de boerderij was en dat Uilke Rienks toen de gebruiker was. Later zal Uilkes zoon Rienk eigenaar en gebruiker van de boerderij worden.

Combineert men de aantekeningen van Uiltje Foppes Wiersma, de cohieren van Abbega en de voornaam Pieter van de eerste eigenaar van woning dan is het zo goed als zeker dat Uilke Rienks de oudste bekende Wiersma in Lijn is. Echter zijn kleinzoon Pieter zal pas voor de naam Wiersma kiezen die zijn kinderen in 1811 laten registreren.

Uilkes zoon Pyter  Uilkes trouwde met Lykeltje Sybrens, zij kregen minstens drie kinderen: Akke in 1723, Aetie in 1724 en Hiltje in 1727. Zoon Rienk Uilkes trouwde met Imkje Sijtses, zij kregen minstens zeven kinderen die allen in de periode 1717 – 1734 werden geboren.

RIENK UILKES 

1687-????

Rienk Uilkes werd in 1687 in Abbega geboren als zoon van Uilke Rienks (ook wel Riens Uilties) en Hiltje Pyters. Rienk was de jongere broer van Pytter Uilkes die in 1685 werd geboren.

Rienk trouwde in 1712 in Spannum met de daar wonende Imkje Sytses, zij gingen na hun huwelijk  in Abbega wonen.  Hun jongste kind Pieter Rienks werd in 1734 Abbega gedoopt, de andere kinderen werden eerder in Nijland gedoopt, een buurtschap bij de Abbegasterketting over het water. Waarschijnlijk woonden Rienk en Imkje na hun huwelijk eerst op een nog onbekend adres in Abbega en zijn ze tussen 1726 en 1734 naar hun ouderlijk huis vertrokken. Volgens de kohieren van Abbega was Rienk Uilkes in ieder geval in de periode 1738-1749 eigenaar en gebruiker van van zijn geboortehuis in Abbega.
 
Van drie van de kinderen van Rienk en Imkje is bekend dat ze getrouwd waren: Hiltje Rienks trouwde met Harm Klazes, Rienck Rienks met Sjoukjen Jans en Pieter Rienks met Baukje Uiltjes uit Oosthem.
 

Rienk Uilkes werd in 1749 aangeslagen voor de “Quotatie” (een belasting naar draagkracht) als een welgestelde boer. Hij betaalde 77 guldens voor vijf personen ouder dan 12 jaar, voor de jongere kinderen hoefde niet betaald te worden (die waren er bovendien ook niet). Dit betekent dat in 1749 buiten Rienk en Imkje nog drie personen van 12 jaar en ouder in huis woonden. Hun jongste zoon Pieter (volgende stamvader) was toen 14 jaar oud en zal nog thuis gewoond hebben, dus naast deze Pieter waren er nog twee personen in huis. Een knecht en/of broer of zus van Pieter?  Een echtpaar zou ook kunnen.

PIETER RIENKS

1734-1810

Pieter Rienks werd op 3 juli 1734 in Abbega gedoopt als jongste kind van Rienk Uilkes en Imkje Sijtses. Pieter werd bij de doopinschrijving “Pijter” genoemd en zijn vader “Riens Uilties”.

Pieter Rienks was bijna  23 jaar oud toen hij trouwde met de boerendochter en buurmeisje Baukje Uiltjes, de dochter van Uiltje Hylkes en Anna Hilles. Dit echtpaar Woonde in Abbega en kerkten volgens Uiltje Foppes Wiersma in Oosthem. Pieter Rienks woonde eerst vanaf zijn huwelijk (15-5-1757) met Baukje bij zijn schoonouders op de boerderij ten noorden van de kerk in abbega.
 
Bij de foto’s van Abbega is een plattegrond gevoegd waarop het geboortehuis van Pieter Rienks en die van zijn vrouw Baukje Uiltjes is weergegeven. De landerijen die bij de woningen horen zijn resp. groen en roze ingekleurd (kaart uit 1830).
 
Pieter Rienks zijn schoonouders, Uiltje en Anna, werden in 1749 aangeslagen voor de Quotatiebelasting als een gemene (doorsnee) boer. Zij betaalden voor vijf volwassenen een bedrag van dertig guldens . Uiltje Foppes schreef over Pieter zijn vrouw “Baukje Uiltjes” dat werd verteld dat zij welgebouwd en sterk was. In de hooioogst stak zij 500 kilo hooi dikwijls op een wagen en verrichtte alzoo mannenwerk. In haar tijd en stand geen oneers gerekend.
 
Pieter en Baukje kregen zes kinderen die allen in Abbega werden geboren: 1) Rienk Pieters in 1758, hij bleef ongehuwd, 2) Anna Pieters in 1761, zij trouwde met Aukje Terpstra, 3) Uilke Pieters in 1764, hij trouwde met Lolke Bruinsma, 4) Sytse Pieters in 1767, hij trouwde met Femmigje Tibma, 5) Imkje Pieters in 1770, zij trouwde met Boukje Wiebes Zeilstra, 6) Hielke Pieters in 1774, hij trouwde met Antje Twijnstra (volgende in lijn). 
Pieter en Baukje waren zo’n vier jaar getrouwd toen Baukje’s ouders in 1760 en 1761 overleden. Baukje erfde toen 1/3 deel van de boerderij van haar ouders, haar broers Hielke en Lolke erfden ook beiden 1/3 deel. Bauke en Pieter kochten deze delen van Baukje’s broers en kregen zodoende ongeveer 8 ha land en de boerderij in handen. Later zullen zij ook de boerderij en 25 ha land van Rienks ouders erven.
 
Uiltje Foppes schreef in het familieregister: Ten westen van de hofstede op een stuk land aan de hofstede en waar het voetpad van Abbega naar Westhem over is, lag een grote wier of kleiterp die ik nog gekend heb, doch die er thans geheel is weggegraven en verkocht naar heinde en ver voor landverbetering. Naar aanwezigheid van deze wier noemde Pieter Rienks zijn toenaam Wiersma, zijnde nu de familienaam van onze uitgebreide familie als overal wonende in Friesland en daar buiten. Verder schreef Uiltje Foppes dat Pieter Rienks en Baukje Uiltjes als “maatschappelijk zeer deugdzaam” bekend stonden.
 
Pieter Rienks heeft zijn naam nooit laten registreren want in het jaar 1810, één jaar voor de verplichte invoering van de achternamen, overleed Pieter op 76-jarige leeftijd in Abbega. Zijn vrouw Baukje Uiltjes was toen ook al overleden. Zijn zes kinderen hebben in 1811 allen de naam Wiersma laten registreren alsmede de zoon Rienk van Pieters broer Sytse.
 
Alle landerijen en het ouderlijk huis werden bij vererving geschonken aan Rienk Pieters Wiersma (1758-1834), de oudste  zoon van Pieter en Baukje die niet getrouwd was. Hierna ging de boerderij naar Rienk Pieters zijn neef Pieter Sytses Wiersma (1800-1881). Die zijn zoon Rienk Pieters Wiersma (1845-1929) zal in 1852 op 7-jarige leeftijd de eerste steen leggen van de nieuwe hofstede die naast het ouderlijk huis werd gebouwd waarna het ouderlijk huis werd afgebroken. Deze boerderij, die nadien vele malen werd verbouwd, staat nog steeds tien minuten gaans  van de kerk in Abbega aan het voetpad naar Westhem.
 

Pieter Rienks en Baukje Uiltjes zijn hiermee de laatste eigenaren van de hofstede uit de tak van mijn vrouw Riëtte Wiersma. Hun zoon Hijlke (ook wel Hielke) zal met zijn vrouw Antje Twijnstra nog wel enkele jaren bewoners zijn van de hofstede maar niet als eigenaar.

HIJLKE PIETERS

1774-1827

Hijlke Pieters werd op 21 november 1774 in Abbega geboren. Hij was de jongste van de zes kinderen van Pieter Rienks en Baukje Uiltjes. Zijn doop vond plaats op 4 december 1774 in de Hervormde kerk in Abbega, aardig is dat in die tijd naast de naam van de vader ook  de naam van de moeder in het doopregister werd vermeld. Bij zijn doop en bij zijn huwelijk werd zijn naam als Hijlke gespeld, later werd het ook wel Hielke en Hylke, in deze opstelling wordt enkel de doopnaam Hijlke gebruikt.
 
Toen Hijlke Pieters in 1809 trouwde met Antje Sjerps Twijnstra van Baard werd in Abbega de nieuwe kerk met toren gebouwd door Pieter Schuurman uit IJlst. De oude stompe toren bij de kerk bleef nadien nog geruime tijd staan. Er stonden dus twee torens. De Roomsen en de de Hervormden twistten in die tijd  over het luiden van de klokken van de kerk die eigendom was van de Hervormden. Dit werd uiteindelijk in de minne geschikt. 50 Jaar later, in 1859, werd de nieuwe kerk verlengd tot de tegenwoordige grootte (verkorte weergave van Uiltje Foppes Wiersma).,
 
Op 26 december van het jaar 1811 heeft Hijlke Pieters zijn achternaam officiëel laten registreren. Overeenkomstig de wens van zijn vader, die in 1810 overleed, werd zijn achternaam Wiersma, genoemd naar de wier (kleiterp) die naast hun boerderij lag. Hijlke en Antje hadden toen één dochter die ook de naam Wiersma kreeg. De kinderen van na 1811 kregen automatisch de naam Wiersma. Hijlke ondertekende de registratie met Hylke Pyters, opvallend is zijn fraaie handschrift (zie ook foto’s van de plaats Abbega).
 
Hijlke’s echtgenote Antje Sjerps Twijnstra werd in Baard geboren en woonde op haar trouwdag in Abbega. Vanwege de bouw van de nieuwe kerk in Abbega werd hun huwelijk op 12 november 1809 in Oosthem gesloten, een jaar later werd hun dochter Sjoukje in Abbega geboren.  Hijlke en Antje woonden toen in Hijlkes ouderlijk huis waar ook Hijlkes ongetrouwde broer Rienk Woonde en later ook de huishoudster Minke Sytses  Wiersma die een nicht was. Uiltje Foppes Wiersma schreef hierover:
 
Hijlke was gehuwd met Antje Sjerps Twijnstra van Baard en woonde te Abbega en is aldaar gestorven en ook begraven alsook daarna zijne vrouw, die eerst nog in een 2e huwelijk trad met Wiebe Aukes Zijlstra. waarvan Rienk Wiebes Zijlstra een zoon was.
Deze echtelieden, Hijlke en Antje is mij van bevoegde mensen verteld dat zij beide de Heere vreesden en liefhadden, voor zover men kon vernemen. Hij was een man met een stil karakter, zij was hebzuchtig en opvliegend van karakter in haar onbeheerste toestand. Het gebeurde eens in het eerst dat zij met Hijlke gehuwd was, Hijlke woonde toen nog met zijn broeder Rienk in hun ouderlijk huis zamen en Antje was bij hun beiden ingetrouwd, dat Antje de nieuwde huisvrouw, gebood dat een ieder in het gezin voor zich de aardappelen moest schillen. Hijlke gehoorzaamde en de dienstmaagd Minke Sytses gehoorzaamde natuurlijk, maar Rienk, de broeder van Hijlke, gehoorzaamde niet. En zoo kwam diens deel aardappelen de volgende middag ongeschild op tafel en Rienk liet die in de schotel liggen en nam van de geschilde alleen. Toen nam Antje de schotel met aardappelen en wierp die in toorn over de vloer. Rienk wierp er vastberaden de pan met vleesch bovenop en zeide toen tot het schreiende dienstmeisje, die een nicht was, “raap u wat op en eet, het zal wel met éénmaal uit zijn”.  
Later zal Antje zich wel over haar heerszucht en opvliegendheid geschaamd hebben en ook die zonde bestreden hebben in de kracht des Heeren. (Uiltje Foppes Wiersma)
 
Uiltje Foppes Wiersma schreef over tegenslagen die de boeren in die tijd hadden: Het jaar 1818 was voor de Friese boeren in die tijd een zéér nat jaar. Van de hooioogst kwam niets terecht, het gemaaide hooi dreef op het water op het land. Dit werd opgevist en op hoge delen aan land gebracht en daar was het ook niet droog te krijgen. Het regende vanaf het najaar 1817 tot in de eerste helft van 1819. De schade voor de Friese boeren was groot, zowel aan het land als aan de veestapel. Lang nadien werd 1818 “het natte jaar” genoemd.  Een paar jaar later in 1825 werd Friesland geteisterd door overstromingen door zeewater en een jaar later door grote ziektes en velen werden ten grave gebracht. Dit jaar ging de geschiedenis in als “het zieke jaar”.
 
Hijlke en Antje woonden al jaren een paar minuten ten noorden van de kerk in Abbega toen Hijlke op 53-jarige leeftijd overleed in december 1827. Hij liet zijn vrouw Antje en zeven kinderen na: Sjoukje 1809, Pieter 1812, Sjerp 1814, Boukje 1816, Rienk 1820, Sietse 1823 en Trijntje 1825. Zijn weduwe Antje Sjerps Twijnstra hertrouwde in 1830 met Wybe Aukes Zeilstra, zij kregen één zoon genaamd Wiebe Zeilstra. 
 
Hijlke’s broer Rienk Pieters Wiersma overleed in 1834 en had bij testament bepaald dat de hofstede alsmede de landerijen naar neef Pieter Sytses Wiersma zouden gaan onder de verplichting om aan de zes kinderen van zijn broer Uiltje elk duizend gulden uit te keren. Ook werden er uitkeringen gedaan aan zijn zuster Anna en aan de kinderen van zijn broer Hijlke Pieters Wiersma.

Pieter Sytses Wiersma verkocht enkele delen van de landerijen en bouwde een nieuwe boerderij naast de oude die later werd gesloopt. Zijn zoon Rienk Pieters heeft in 1852 op zesjarige leeftijd de eerste steen van de nieuwe boerderij gelegd (zie foto’s Abbega). Deze boerenhofstede is tot ongeveer 1995 bewoond geweest door de nazaten van Rienk Pieters en tussentijds enkele malen verbouwd.

PIETER HIJLKES

1812-1887

Pieter Hijlkes was de oudste zoon uit een gezin van zeven kinderen die tussen 1810 en 1825 in Abbega werden geboren. Zijn ouders waren Hijlke Pieters Wiersma (1774-1827) en Antje Sjerps Twijnstra (1787-1866). 

Pieter werd geboren op 17 maart 1812 en werd op 5 april van dat jaar gedoopt.
 
Op 3 januari 1832 trouwde hij in Abbega op 19-jarige leeftijd met de drie jaar oudere Jiskje Boomsma uit Abbega. Jiskje was de dochter van Pieter Boomsma uit Hidaard en Antje Plantinga uit Idzegahuizen.
 
De zus van deze Antje Plantinga was Jiskje Plantinga die met Fonger Ringnalda trouwde. Hun kleinkind, Jiskje Ringnalda, zal later met haar achterneef Hijlke Wiersma  trouwen (zie volgende in lijn).
 
Pieter Wiersma en Jiskje Boomsma hadden een leven met veel tegenslagen. Ze kregen tien kinderen waarvan maar vier de volwassen leeftijd bereikten, van deze vier overleed er één op 21-jarige leeftijd, in 1876 overleden twee kinderen van 31 en 33 jaar oud als gevolg van tuberculose, enkel hun zoon Ane Wiersma overleefde zijn ouders. 
Pieter en Jiskje plaatsten vanwege hun 40-jarige- en 45-jarige echtvereeniging een advertentie in de Leeuwardercourant. In de ene advertentie stond dan ook “Hunne dankbare kinderen” en in de andere “Hunne dankbare zoon en behuwdkinderen”.
Hun vier levensvatbare kinderen waren: Hijlke 1835-1876 (volgende in lijn), Pieter 1839-1860, Antje 1843-1876 en Ane 1847-1934. 
Ane  Pieters Wiersma was timmerman van beroep, hij trouwde met Antje Erpes Riegstra. In het begin woonde hij in Gaastmeer, later verhuisde hij met vrouw en kinderen naar Leeuwarden waar Ane een aannemersbedrijf begon die nog generaties lang tot op heden is voortgezet en vandaag bekend is onder de naam “PA Wiersma Bouwmaatschappij” (PA is waarschijnlijk Pieter Ane).
 
Ook hadden de boeren het niet makkelijk in die tijd, Uiltje Foppes Wiersma schreef hier letterlijk over: 
1845: Een strenge en lange winter. Het ijs was omtrent een halve meter dik geworden. Zestien weken was het water gesloten tot na het Paaschfeest.   1846: Omtrent in dit jaar kwam de aardappelziekte voor het eerst en tegelijk als de varkensziekte omtrent toen.  1847: Was de collera ziekte in de provincie. In Sneek, Bolsward en Oudega zijn toen ook daaraan menschen gestorven. Mijn vrouw haar vader in Nijland herstelde van de ziekte.   1848: Was een jaar van duur eten in de zomer, een kilo roggebrood kostte 20 centen. Paardeboonen en duiveboonen werden veel gegeten en stegen tot hoogen prijs. Zo was het dat in de eerste tijd des jaars in de winter in de steden Leeuwarden, Sneek, Bolsward en Harlingen oproerigheden plaats hadden en verkoophuizen werden geplunderd, dat de sterke arm hier en daar tusschen beide moest komen.   1849: Er was een verschrikkelijke muizenplaag. Zij aten alle gras af en er werd weinig gewonnen. De landen waren omgewroet en waren bezet met opgewerkte aardhoopjes. De muizen speelden over de landen. Er werden duizenden gevangen, waaraan ik meedeed. Maar hun vermenigvuldiging ging onbegrijpelijk snel, bij dat vangen bezwaarlijk werd bij zeer lage stand van het boezemwater der provincie. De sloten waren droog, het water en de stromen was zout geworden uit zee.
 
Uit krantenadvertenties (o.a. LC aug 1858) blijkt dat Pieter Hijlkes ook een functie had ten behoeve van de gemeente Wymbritseradeel. Het gaat over aanbesteding van het uitbaggeren van vaarten (vaarslatting. zie bijlagen). In deze advertenties staat onder andere: Het bestek van de slatting zal ter lezing liggen in het gemeentehuis voornoemd en ten huize van Pieter Hijlkes Wiersma te Abbega
 
Pieter Hijlkes Wiersma overleed in 1878, hij was toen 66 jaar oud. Drie jaar later overleed zijn vrouw Jiskje Boomsma, zij werd 71 jaar.
 

HIJLKE PIETERS WIERSMA

1835-1876

Hijlke Pieters Wiersma werd op 18 december 1835 in Abbega geboren als zoon van Pieter Hijlkes Wiersma en Jiskje Boomsma. Hijlke bezocht de lagere school in Abbega waar hij ter gelegenheid van het nieuwe jaar 1845 op 9-jarige leeftijd een gedicht schreef voor zijn geliefde ouders. Dit gedicht omvatte twee kantjes met in totaal zeven verzen.
Hijlke ondertekende dit gedicht met Hielke Pieters Wiersma. Opvallend is dat Hijlke evenals zijn voorouders bij de geboorte als Hijlke werd geschreven en later weer als Hielke.
 
Hijlke werd in 1854 ingedeeld als militant in het Regiment Infanterie voor een tijvad van vijf jaren. Op 1 oktober 1855 werd Hijlke groot verlof verleend en op 16 februari 1859 verleende het Departement van Oorlog hem vrijstelling als reservist. Van Hijlkes ouders en zijn broer Pieter zijn wel foto’s bekend maar van Hijlke zelf niet. Om enige indruk te hebben van zijn uiterlijk kunnen de beschrijvingen van zijn uiterlijk op zijn militair paspoort enigszins houvast bieden.
Hijlke werd omschreven als: Voorhoofd: rond – ogen: donkerblauw – neus: spits – mond: gewoon – kin: klein – haar: blond – wenkbrauwen: idem – merkbare tekenen: géén. Vervolgens werd zijn lengte weergegeven als: 1 el (= 1 m), 6 palmen (= 60 cm), 0 duim (duim = 3 cm) en 4 strepen (= 4 mm). Hijlke was dus 1,60 meter lang, een normale lengte voor die tijd. Op 15 mei 1859 werd door het regiment aan Hijlke een bedrag van 7,33 guldens uitbetaald. Dit gebeurde nadat de waarde van de gedeponeerde goederen in zijn tegoed was bijgeschreven.
 
Later ging Hijlke werken als boerenarbeider bij Klaas Fongers Ringnalda in Abbega die een neef van Hijkes moeder was. Klaas zijn grootvader KIaas Ringnalda had omstreeks 1830 ongeveer 15 ha landerijen ten oosten van de kerk in Abbega. (Zie historie, plattegrond omgeving Abbega, geel gekleurd). Waarschijnlijk boerde Klaas Fongers ook op deze grond. Na verloop van tijd had Hijlke omgang met Jiskje Ringnalda,  de dochter van zijn werkgever. Binnen de familie Ringnalda was het de gewoonte dat de kinderen een jaar of twee na hun geboorte een herdenkingslepel kregen, Jiskje had er ook één. De verkering tussen Hijlke en Jiskje moet een vast karakter hebben gehad want in of na 1860 kreeg Hijlke ook een geboortelepel, waarschijnlijk op aanraden van Jiskje. De tekst aan de onderkant van de lepelbak luidt: Hielke Pieters Wiersma is geboren den 18 Februarij (later is zijn sterfdatem erbij gegraveerd).
Op 30 april 1864 traden Hijlke Pieters Wiersma en Jiskje Klazes Ringnalda in Wymbritseradeel in het huwelijk. Het is de vraag of Hijlke en Jiskje wisten dat zij achterneef en achternicht van elkaar waren. Hun kleinzoon Hijlke Wiersma heeft wel eens gezegd dat de naam Jiskje in de familie toevallig van twee kanten kwam; van Hijlke’s moeder Jiskje Boomsma en zijn vrouw Jiskje Ringnalda. Niet zo toevallig dus!
 
Hijlke en Jiskje kregen zes kinderen waarvan er drie de volwassen leeftijd bereikten: Klaaske Wiersma (1866-1947), Jiskje Wiersma (1868-1868), Pieter Wiersma (1870-1906), Klaas Wiersma (1872-1872), Jiskje Wiersma (1873-1875) en Klaas Wiersma (1875-1950). Klaas is de volgende in lijn.
Pieter werd genoemd naar Hijlke’s vader en uiteindelijk naar Pieter Algers die in ongeveer 1640 werd geboren. Klaaske werd genoemd naar haar grootmoeder van moeders kant Klaaske Bruinsma en Klaas naar zijn grootvader van moeders kant Klaas Ringnalda. Uiteindelijk kwam deze naam van Claas Hotses die in 1615 werd geboren. Sindsdien ging het Hans Klazes 1645, Klaas Ringnalda 1672, Fonger Ringnalda 1699. Klaas Ringnalda 1731, Fonger Ringnalda 1764, Klaas Ringnalda 1800, Jiskjen Ringnalda 1834 en Klaas Wiersma 1875.
 
Hijlke Pieters Wiersma overleed op op 26 mei 1876 op de leeftijd van 40 jaar aan tuberculose. Zijn vrouw Jiske Ringnalda was toen 32 jaar oud en bleef achter met drie kinderen van 9, 6 en 1 jaar oud.
Hijlke’s achterneef was Haitze Foppes Wiersma (broer van de schrijven Uiltje Foppes Wiersma) . Haitze’s echtgenote Pietje Sieberda overleed in 1878 en Haitze bleef achter met acht kinderen: Maaike 1866, Foppe 1867, Fokeltje 1869, Gerlof 1871, Minke 1872, Uiltje 1873, Jetske 1874, en Jacob Wiersma van 1876.
Drie jaar later. op 12 maart 1881, hertrouwde Jiskje Ringnalda met Hijlke’s achterneef Haitze en kreeg ze er acht stiefkinderen bij. Haitze was toen 39 jaar oud. Na hun huwelijk verhuisden Jiskje met haar drie kinderen van Abbega naar “het Streekje” Oosthem waar drie huizen stonden die door Uiltje Foppes Wiersma werden gebouwd. Haitze woonde toen In het huis waar de houten schuur naast staat (zie ook foto’s Oosthem).
 
Haitze en Jiskje kregen samen nog vier kinderen; Hielke in 1882, Fonger in 1885, Lolkje in 1887 en Piet in 1888. Jiskje overleed in 1917 op een leeftijd van 73 jaar, Haitze overleed een jaar later, hij werd 75 jaar oud.
 

Jiskje haar eerste man Hijlke Pieters Wiersma was boer in Abbega, haar 2e man Haitze Foppes Wiersma was schipper in Oosthem. Na het overlijden van Jiskjes eerste echtgenoot werd haar zoon Klaas van een boerenzoon een schipperszoon (volgende in lijn). Dochter Klaaske Wiersma trouwde met Wiebe van Tuinen, winkelier en petroleumventer in IJlst. Zoon Pieter trouwde met Tietje Schakel, zij hadden een winkel in Apeldoorn en zoon Klaas trouwde met Sjoerdje Veenstra, Klaas werd schipper in Heeg en later brandstoffenhandelaar in Apeldoorn.

KLAAS HIJLKES WIERSMA

1875-1950

Klaas Hijlkes Wiersma 1875-1950

Klaas Wiersma werd op 7 december 1875 in Abbega geboren. Hij was de zoon van Hijlke Pieters Wiersma en Jiskje Ringnalda. Vader Hijlke deed de volgende dag aangifte van de geboorte van zijn zoon die naar zijn grootvader van moeders kant werd genoemd.
Klaas was ongeveer een jaar oud toen zijn vader op 40-jarige leeftijd als gevolg van tuberculose overleed. Hij was vijf jaar toen zijn moeder hertrouwde met Haitze Wiersma, de achterneef van zijn vader. Klaas beschouwde zijn stiefvader als zijn vader en hij kreeg door dit tweede huwelijk er acht broertjes en zusjes bij, later kregen Haitze en Jiskje nog 4 kinderen, Het gezin waar Klaas deel van uitmaakte kwam hiermee uiteindelijk uit op 15 kinderen, 3 van Hijlke en Jiskje, 8 uit een eerder huwelijk van Haitze en 4 van Haitze en Jiskje.
 
Klaas, wiens stiefvader schipper was, trouwde op de 16e februari 1901 met de schippersdochter Sjoerdje Veenstra uit Heeg die in Gaastmeer (ligplaats schip?) werd geboren. Volgens de huwelijksakte was Klaas toen schippersknecht van beroep. 
Na hun huwelijk vestigden Klaas en Sjoerdje zich aan de Kooiweg in Apeldoorn in welke plaats Klaas zijn broer Pieter al enige jaren woonde. Klaas vond werk bij de tricotfabriek (Tima) in Apeldoorn. Hun eerste kind “Lipkje” werd in 1901 aan de Kooiweg geboren. Opvallend is dat hun eerste kind niet naar de grootmoeder van vaders kant werd genoemd maar naar die van moeders kant. Later zal hun eerste zoon “Bauke” ook naar moeders kant genoemd worden. Dit is afwijkend van wat gebruikelijk was, naar zeggen gebeurde dit om Sjoerdje haar ouders om bepaalde redenen een gunst te bewijzen.
Voordat hun tweede dochter “Jiskje” werd geboren vertrokken Klaas en Sjoerdje weer naar Friesland, hij werd daar, evenals zijn stiefvader en schoonvader schipper op een skutsje met als thuishaven Heeg. Klaas betrok het skutsje “Lastdrager” van zijn schoonouders Bauke Veenstra en Lipkje Nijdam. Waarschijnlijk ging dit met een knipoog naar de prijs en was de overname al voor de geboorte van hun eerste dochter “Lipkje”  afgesproken en was dit ook de reden dat de eerste dochter en zoon van Klaas en Sjoerdje naar de ouders van moeders kant werden genoemd (Lipkje en Bauke).
 
In 1911 lieten Klaas en Sjoerdje een nieuw schip bouwen, een roefschip van van 16,35 meter en 37,8 ton. Zij noemden dit schip “De Onderneming”, de Lastdrager werd hierna verkocht.
Klaas en Sjoerdje kregen negen kinderen: Lipkje in 1901, Jiskje in 1903, Bauke in 1904, Klaaske in 1905, Hijlke in 1907, Gelske in 1910, Sjoerdje in 1911, Pieter in 1914 (volgende in lijn) en Rinske in 1917. Lipkje werd in Apeldoorn geboren, de volgende vijf a/b van de Lastdrager en de jongste drie a/b van de Onderneming (zie notities achterop uittreksel huwelijksakte), 
 
Zo vlak voor de jaren 20 van de vorige eeuw ging het economisch slecht met de binnenschippers in Friesland. Daarnaast was moeder Sjoerdje bang en bezorgd om de kinderen, Hijlke Wiersma schreef in zijn memoires dat de kleinste kinderen  tijdens het varen vastgebonden aan een touw op het dek konden spelen en zingen. Dit alles hebben Klaas en Sjoerdje doen besluiten om het schippersleven vaarwel te zeggen en vaste voet aan wal te zetten. De keuze is wederom op Apeldoorn gevallen. Het gezin is in 1921 met de onderneming van Friesland naar Apeldoorn gevaren en met een handkar werd de inboedel verhuisd van het kanaal in Apeldoorn naar hun woning aan het Hofveld nr 33 (zie foto van het gezin) waar Klaas en Sjoerdje hun huis voor 5.000 guldens hadden gekocht. Dit huis met 5.000 meter grond stond in die tijd bekend als één van de “Oranjebond-huizen”. Het Skûtsje werd hierna teruggevaren naar Zwolle waar Klaas het verkocht voor aan zijn zwager Hendrik Veenstra voor de prijs van 4000 guldens, evenveel als het schip tien jaar eerder had gekost (memoires Hijlke).
 
Klaas kon in die tijd geen werk vinden. Om toch in het onderhoud van zijn gezin te kunnen voorzien ventte hij in het begin met vis langs de huizen, hij heeft ook nog voor de werkverschaffing gewerkt want een uitkering bestond er in die dagen niet. Daarnaast was er veel werk te doen in de grote moestuin waarvan de (heide)grond slecht was, ook de de fruitbomen hadden de nodige aandacht nodig. Na drie jaar hebben Klaas en Sjoerdje hun huis aan het Hofveld met 1000 guldens verlies verkocht en huurden zij een huis de Staalweg nr 52, de oudste kinderen hadden inmiddels werk. In 1925 kochten Klaas en Sjoerdje een stuk heidegrond aan de Westenenkerweg waar gebouwd mocht worden. Na de bouw van hun huis kon het gezin zelf verhuizen, vanuit de achtertuin aan de Staalweg kon de inboedel handmatig over het land naar hun woning aan de Westenenkerweg nr 60 overgebracht worden (memoires Hijlke Wiersma).
 
Toen Klaas en Sjoerdje aan de Westenenkerweg woonden ging hun zoon Bauke turf venten met een handkar en kort daarna ging Bauke in de kolenhandel, hij deed dit op provisiebasis voor de kolenhandelaar “Van de Laar” aan de Tuinstraat in Apeldoorn. Daarna bouwde Bauke zijn huis naast zijn ouderlijk huis met een loods en een paardenstal, De loods was voor de eierkolen en de stal voor een paard om te venten. Klaas nam toen de handkar van Bauke over en ging met turf venten binnen een eigen klantenkring. Uiteindelijk groeiden de bedrijven en kwam ook zoon Pieter in het bedrijf van Bauke, zij gingen verder als de “Gebroeders Wiersma”. Pieter bouwde ook zijn huis aan de Westenenkerweg (zie volgende in lijn). Later deed Klaas zijn klanten over aan zijn zonen “de Gebroeders Wiersma” onder die condities dat een rustige oude dag verzekerd was en dat ze in hun eigen huis konden blijven (uit de memoires van Hijlke Wiersma). 
Bauke bouwde een huis op op nr. 62 aan de Westenenkerweg en eind jaren 40 verhuisden zij naar nr. 58/2 aan de Westenenkerweg.

Klaas Wiersma (zoon van Pieter Wiersma en Jeltje Hoomans) is later op nr. 60 gaan wonen. Dit huis, gebouwd in 1920, staat er nog steeds en heeft ondertussen al een aantal verbouwingen ondergaan.

Dochter Gelske deed in die tijd het huishouden bij Klaas en Sjoerdje. Toen Sjoerdje in 1944 op 68 jarige leeftijd overleed bleef dochter Gelske bij haar vader wonen om hem bij te staan. Ze ontving daar haar broers en zusters met hun kinderen die ze bezig hield met een knikkerbord, sjoelbak en andere spelletjes. Kort na het overlijden van Klaas op 3 oktober 1944 trouwde Gelske met de weduwnaar Arend Grootherder en ging ze bij hem in Brummen wonen waar ze zoon met de naam Klaas kregen.

Vorige pagina