Achtergrond stamboom familie Veenstra

lees verder

“Altijd al alles willen weten, neem dan de tijd en lees het hele verhaal over deze familie”

Wybrand Saackes

1610-1679

Wybrand Saackes werd omstreeks 1610 in Oudega (Smallingerland ) geboren, ongeveer 12 km ten westen van Drachten. In dit dorp trouwde Wybrand Saackes voor de eerste keer met Grietje  en in 1652 trouwde hij voor de tweede keer met Seyke Hinckes uit Donkerbroek (Ooststellingerwerf). Wybrand was boer in Oudega op het Utein (uiteinde).
 
Voor zover bekend kregen Wybrand en Grietje drie kinderen en met Seyke had Wybrand één kind: Roeliff  Wybrands 16xx in Hoornsterzwaag, . Saacke Wybrands 16xx-1679 in Opeinde (volgende in lijn), Jan Wybrands 1643 in Oudega en Sytske Wybrands in 1653 (kind van Seyke). De plaatsten Hoornsterzwaag, Opeinde en Oudega liggen in de buurt van Drachten.
(Bron: Tiddo Klein).
 
Wybrand moet in 1678 of 1679 zijn overleden want in dat jaar verkochten zijn erven de boerderij van hun vader aan Aulus van Haersma.
 

Saackes Wybrands

1641-1679

Saacke Wybrands 1641-1679
Saacke Wybrands werd in ongeveer 1630 in Opeinde geboren als zoon van Wybrand Saackes en Grietje. Op 9 januari 1659 trouwde Saacke in Oudega met Aaltje Hendriks uit Suameer.

Saacke woonde later in “de Buren”, een buurtschap nabij Oudega in Smallingerland. Hij had daar een winkeltje in kruidenierswaren, vis, tabak, drank en huishoudelijke artikelen.
 
Saacke en Aaltje kregen voor zover bekend twee kinderen die allebei in Oudega werden geboren en gedoopt.
Wybren Saackes werd op 5 februari 1660 (volgende in lijn) gedoopt en zijn zus Inske Saackes werd in april 1661 gedoopt.
 

Saacke Wybrands overleed op 19 april 1679 op de leeftijd van nog geen 50 jaar, In het zelfde jaar is ook zijn vrouw Aaltje Hendriks alsmede zijn vader Wybrand Saackes overleden
(bron: Tiddo Klein).

Wybren Saackes

1660-1742

 

Wybren (ook wel Wybrand) werd geboren in 1660 in Oudega, hij was de zoon van Saacke Wybrands en Aaltje Hendriks. Wybren trouwde omstreeks 1684 in De Pein met Feikjen Hendricks. Een jaar voor zijn huwelijk deed hij op 25 februari 1683 belijdenis in Nijega, hij woonde toen in Rottevalle. In 1694 woonden Wybren en Feikjen in Opeinde en in 1711 in Oostmeer waar wybren een kuiperij had. Zijn kuipersmerk was W.S. 

Feikjen Hendricks die in 1663 werd geboren was de dochter van Hendrick Rinthies, geb. In 1612, en Trijntje Jelles, Deze Hendrick Rinthies en zijn broer Sipcke Rinthies waren rijke veenbazen. In twintig jaar tijd hebben ze veel veengronden gekocht en verkocht en met een paar andere veenbazen verenigden zij zich in een compagnieschap der Rottevalse venen.  Er werden vaarten gegraven en een verlaat gebouwd in de wijk Houtigehage ten noorden van Drachten. Tien jaar later, op 6 december 1645, richtten de twee broers samen met 6 anderen, een “Sociëteit ende Compagnie” op. Deze compagnie had tot doel de handel te bevorderen tussen Rottevalle, Oostermeer en Drachten. De heren compagnons verkochten geregeld veen aan veenbazen die dit voor eigen rekening exploiteerden, de compagnons bleven eigenaar van de gronden.
Feikjen Hendricks had zes broers en zusters: Hans, Roel, Harmen, Ate, Jantje en Wiltje Hendricks.
 
Wybren Saackes en Feikjen kregen vier kinderen: Saacke in 1685 in Nijega, Rinse in 1690 in Rottevalle (volgende in lijn), Ate in 1684 in De Pein en Aaltje in 1698 in Oudega.
 
Wybren, die slecht ter been was, verkocht in 1736 zijn gereedschap  en rentenierde tot aan zijn dood in 1742, Feikjen overleed enkele jaren later. Zijn huwelijk met Feikjen zal zeker bijgedragen hebben aan zijn vermogende positie. 

 

Rinse Wybrens

1690-1755

Rinse Wybrens was de zoon van Wybren Saackes uit Oudega en Feikjen Hendricks uit Rottevalle. Rinse werd omstreeks 1690 in Rottevalle geboren en was veenbaas van beroep.

Hij trouwde in 1723 in Rottevalle met de 28-jarige Wytske Sweites, de boerendochter van Sweitse Hendricks en Grietje Hendricks. Grietje Hendricks werd geboren in Zwartveen, een uitbuurt behorende burgelijk bij Opeinde en kerkelijk bij Rottevalle. De naam van deze buurt is vanwege de zwarte kleur van de turf die hier werd afgegraven. Dit in tegenstelling tot het Witveen aan de overzijde van de Leijen waar de turf een lichtere kleur had.
 
Het is opvallend hoe vaak de naam Hendrick in de verschillende families voorkomt. Zo heette de grootvader van Rinse Wybrens van moeders kant Hendrick Rynties en de beide grootvaders van Rinse zijn vrouw Hendrick Martens en Hendrick Harckes. Misschien hadden ze een gemeenschappelijke voorouder wat heel goed mogelijk was in een kleine gemeenschap zoals het veengebied rondom de Leijen.
 
In het lidmatenboek 1724 t/m 1850 van de hervormde gemeente van Rottevalle komt de naam Rinse Wybrens vier maal voor: 1) op 2 september 1744 doet Rinse belijdenis. 2) Op 10 juni 1751 werd er vermeld dat Rinse afgaand ouderling was. 3) Op 14 november 1754 doen Rinse en zijn vrouw Wytske beiden belijdenis. 4) In 1761 werd vermeld dat Wytske Sweites als lid van de kerk weduwe is van Rinse Wybrens. Waarschijnlijk is Rinse in dat jaar overleden.
 

Rinse en Wytske kregen zes kinderen: 1723 Hendrick Rinses & Leentje Roelofs (volgende in lijn) – 1725 Sweitse Rinses & Trijntje Sikkes –  1727 Saco Rinses & Doetje Jochems – 17xx Aaltje Rinses & Johannes Wannes – 1734 Wybren Rinses & Aukjen Everts – 1736 Trijntje Rinses & Sytse Jacobs. Hendrick was schipper. Sweitse veenbaas en Saco Hervormd predikant.

Hendrik Rinses

1723-????

Hendrik Rinses was de oudste uit een gezin van zes kinderen die tussen 1723 en 1736 in Rottevalle werden geboren. De naam Hendrik werd hier voor de eerste maal zonder de letter “c” geschreven. Hij was de zoon van Rinse Wybrens en Wytske Sweites. Volgens het lidmatenregister 1737-1850 van de “Doopsgezinde gemeente Rottevalle en Het Witveen” werd Hendrik pas op 18-jarige leeftijd gedoopt. Het register vermeldt letterlijk: 19 januari 1742 gedoopt op belijdenis Hendrik Rinses.

Op 1 mei 1757 trouwde Hendrik Rinses met Leentje Roelofs, de dochter van Roelof Ates uit Rottevalle. Hendrik en Leentje woonden toen in Rottevalle onder Opeinde, in 1758 woonden ze onder Noord Drachten, in 1763 in Oostermeer en in 1767 in Augustinusga. Hendrik zijn vader overleed in 1761, zijn moeder waarschijnlijk in 1768 want in dat jaar deelden Hendrik en Leentje voor 325 carolusguldens in de nalatenschap van hun moeder Wytske Sweites.
 
Hendrik en Leentje kregen vier kinderen die allen in Rottevalle werden gedoopt: In 1758 Rinse Hendriks, gedoopt op 26 februari 1758 op de leeftijd van 5 weken — in 1760 Martjen Hendriks, gedoopt op 26 oktober 1760 op de leeftijd van 22 dagen — in 1762 Roelof Hendriks, gedoopt op 28 november 1762 op de leeftijd van enkele weken (volgende in lijn) — in 1765 Ate Hendriks, gedoopt op 4 mei 1766 op de leeftijd van 30 weken.
 

Het is niet bekend wanneer Hendrik en Leentje zijn overleden.

Roelof Hendriks

1762-1810

Roelof Hendriks (Veenstra) werd gedoopt op 28 november 1762 in Rottevalle als zoon van Hendrik Rinses en Leentje Roelofs, hij werd dus genoemd naar zijn grootvader van moeders kant.

Roelof was 23 jaar oud en schipper van beroep toen hij op 17 januari 1796 trouwde met 21-jarige naaister Sytske Jurjens Nauta uit Rottevalle. Zij was de dochter van Jurjen Hettes Nauta en Hiltje Cornelis.
 
Roelof en Sytske kregen vijf kinderen waarvan maar twee kinderen het eerste jaar overleefden, één zoon werd minstens 11 jaar en de andere zoon bereikte de volwassen leeftijd: In 1807 werd Rinze Roelofs (Rinze Veenstrade volgende in lijn) geboren, hij trouwde met Gelske Piebes de Jong uit Eernewoude en in 1810 werd Roelof Roelofs Veenstra geboren, hij werd in ieder geval elf jaar oud. 
 
In de huwelijksakte van zoon Rinze staat onder andere vermeld dat zijn vader Roelof Hendriks afwezig was. Van deze afwezigheid werd een akte van bekentenis opgemaakt voor de vrederechter van kanton Bergum dd 15 februari 1831, In deze akte werd vermeld dat Roelof Hendriks Veenstra ter zee was vertrokken zonder dan van dezelve nimmer enig berigt is gekomen. Vier getuigen tekenden de akte, zij waren 24, 28, 34 en 36 jaren oud. Gezien de leeftijd van de getuigen zijn hun verklaringen grotendeels van horen zeggen. 
Hendriks weduwe Sytske Nauta hertrouwde al in 1812 in Tjalleberd met Berend Hendriks Simons, in hun trouwakte werd echter meegedeeld dat haar vorige echtgenoot in de maand september 1810 te Amsterdam is overleden.
 
In het stadsarchief van Amsterdam zijn documenten aanwezig waarin wordt vermeld dat Ate Hendrik Veenstra heeft aangegeven dat zijn broer Roelof Hendriks woonachtend te Tjalleberd is overleden in schip op Angeliersgragt voor het pakhuis D11-G10-A139, de veel te bezongen bij Pieterburense turfschipper op dito gragt. Voorts dat de overledene is gestorven aan roodvonk op 17 september 1810 en is begraven op 18 september op het Kathuizer kerkhof.
 
Roelof werd dus 47 jaar oud en liet zijn zwangere vrouw Sytske Nauta en zoon Rinze Roelofs Veenstra achter.

 

Rinse Veenstra

1804-1884

Rinze (ook wel Rinse of Rintse) werd op 29 november 1807 in Tjalleberd geboren. Hij was de zoon van Roelof Hendriks en Sytske Nauta, hij werd naar zijn overgrootvader van vaders kant genoemd. Rinze was bijna drie jaar oud toen zijn vader op 47-jarige leeftijd aan roodvonk overleed als schipper op transport in Amsterdam. Rinzes moeder, die toen zwanger was, was 36 jaar oud. Zes weken na het overlijden van zijn vader werd zijn broertje Roelof Roelofs Veenstra geboren.

 
Anderhalf jaar later, op 4 juli 1812, hertrouwde zijn moeder met de 39-jarige weduwnaar Berend Hendriks Simons uit Giethoorn. Uit dit huwelijk werden in de jaren 1812 – 1819 nog vijf kinderen geboren met de namen: Hendrik, Hiltje, Antje, Hendrik en Antje. Eerst met de achternaam Sijmons en de laatste twee kinderen heetten Simons.
 
Het gezin leefde in armoede en vertrok om die reden naar de proefkolonie in Willemsoord, een kolonie in Drenthe voor de armste Nederlanders. Op 30 juni 1820 werd het echtpaar daar ingeschreven als Barend Simons en Sitske Nautha, zij kregen daar de functie van huisverzorgers. Rinze (13 jr) en Roelof (11 jr) woonden daar niet bij hun moeder en stiefvader in huis maar verbleven in hoeve 82 bij de familie van der Wulp,. De twee kinderen van Berend en Sytse waren, samen met zes weeskinderen uit Rotterdam, wel bij hun ouders in huis.
Rinze was 15 jaar toen hij in mei 1823 de kolonie verliet, hij ging toen als pleegzoon bij zijn tante Jeltje Annes van Houten wonen. Van zijn broer Roelof is na de inschrijving in de kolonie niets meer bekend.
 
Op 2 juli 1831 trouwde de 23-jarige Rinze Veenstra, die visser van beroep was, met de 22-jarige Gelske Piebes de Jong. Zij was de dochter van Piebe Baukes de Jong (koopman) en Grietje Alefs van der Schaaf, beiden uit Eernewoude. De huwelijksakte werd ondertekend door het bruidspaar, de moeder van de bruid, de moeder van Rinze en een viertal vrienden van het bruidspaar.
 
Toen Rinze en Gelske 50 jaar getrouwd waren vermeldden hun kinderen in juli 1881 in een advertentie in de Leeuwarder Courant  ‘Hunne elf dankbare kinderen en Behuwd kinderen en 44 kleinkinderen‘. Tot op heden zijn tien kinderen van het elftal gevonden die in de periode 1832-1854 werden geboren in Tiettjerkseradeel: 1832 Grietje – 1834 Sytske – 1836 Jeltjen – 1838 Roelf – 1841 Akke – 1843 Hendrik – 1846 Bauke (volgende in lijn) – 1849 Piebe – 1852 Antje – 1854 Hiltje.
 

Rinze overleed op 11 november 1884 en Gelske op 18 maart 1895 op de leeftijden van respectievelijk 76 en 83 jaren oud.

Bauke Veenstra

1846-1922

Bauke was de zesde of zevende van de elf kinderen van Rinze Roelofs Veenstra en Gelske Piebes de Jong. Hij werd in Eernewoude geboren en werd genoemd naar zijn overgrootvader van moeders kant: Bauke Piebes die getrouwd was met zijn achternicht Gelske Baukes.

Bauke was bijna 26 jaar oud toen hij op 16 maart 1872 in Wymbritseradeel trouwde met de 21-jarige Lipkje Tjeerds Nijdam, de dochter van Tjeerd Thomas Nijdam uit Oosthem en Klaaske Klazes Jaarsma uit Heeg. Volgens de huwelijksakte was Bauke op dat moment schippersknecht van beroep.
Bauke en Lipkje kregen zeven kinderen: 1872  Klaaske Veenstra (e.v. Rienk Grondsma), 1874 Gelske Veenstra (e.v. Pieter Vlas), 1876 Sjoerdje Veenstra (e.v. Klaas Wiersma), 1878 Rinse Veenstra (5 weken oud geworden), 1879 Rinze Veenstra (e.v. Jouke Bakker), 1883 Tjeerd Veenstra (e.v. Uiltje de Boer en Hieke Attema) en 1886 Hendrik Veenstra (e,v, Antje Attema, de zus van Hieke).
 
Het is niet precies bekend tot wanneer Bauke als schippersknecht heeft gewerkt. Op de geboorteakte van zijn dochter Gelske op 1 maart 1874 werd hij schipper genoemd. Was het als schipper op en eigen boot of voer hij als schipper voor een ander? Hoe het ook was, in 1885 kocht Bauke nieuwe zeilen en materialen, de oude zeilen ruilde hij in (Rekening T. Molenaar Grouw). Dit lijkt meer op renovatie van een bestaand schip dan op de aanschaf van een nieuw schip. Waarschijnlijk is dit het schip dat Bauke en Lipkje aan hun dochter Sjoerdje en schoonzoon Klaas Wiersma in 1903 verkochten. 
Ondertussen liet Bauke een nieuw schip bouwen welke in 1903 werd opgeleverd: Roefschip “De  Drie Gebroeders” (16,35 x 3,55 m, 44,5 ton). In 1914 werd dit schip aan zijn zoon Tjeerd Veenstra verkocht. 
In 1905 werd zijn volgende roefschip opgeleverd met de naam “De Morgenster” (17,69 x 3,80 m – 39,8 ton). Zoon Hendrik Veenstra werd schipper op dit schip en in 1923 verkochten Bauke en Lipkje dit schip aan hun kleinzoon Bauke Grondsma in Heeg, de zoon van Klaaske Veenstra en Rienk Grondsma. Tegenwoordig vaart dit schip onder de naam “Singelier”.
 
Bauke en Lipkje hadden een eigen huis in de Wilhelminawijk in Heeg, hun zoon Rinze Veenstra en zijn vrouw Jouke Bakker waren hun naaste buren. 
Lipkje Nijdam overleed daar op 28 april 1922 op de leeftijd van 71 jaar. Ondertussen werd de huisraad van Bauke geveild door de veilingmeester Loopstra. Waarschijnlijk was Bauke slecht ter been en ging hij bij één van zijn kinderen inwonen. 

Ruim vier maanden na zijn vrouw overleed Bauke op 1 oktober 1922, hij werd 76 jaar oud.

Sjoerdje Veenstra

1876-1944

Sjoerdje was de derde van de zeven kinderen van het schippersechtpaar Bauke Veenstra en Lipkje Nijdam. Zij werd geboren op 22 mei 1876 in Gaastmeer en zij trouwde op 16 februari 1901 in Sneek met de schippersknecht Klaas Wiersma uit Oosthem waar Klaas opgroeide bij zijn stiefvader Haitze Wiersma en zijn moeder Jiskje Ringnalda. Klaas was drie jaar oud toen zijn vader Hijlke Wiersma overleed, zijn moeder hertrouwde een paar jaar later met Haitze Wiersma, een achterneef van zijn vader.

Kort na hun huwelijk gingen Klaas en Sjoerdje in Apeldoorn wonen waar ook Klaas zijn broer Pieter woonde. In deze plaats werd op 13 november 1901 hun dochter Lipkje Wiersma geboren. Lipkje werd naar de grootmoeder van moeders kant genoemd en niet zoals toen gebruikelijk was naar de grootmoeder van vaders kant. Later zal hun eerste zoon ook naar moeders kant worden genoemd.
Naar zeggen gebeurde dit om Sjoerdje’s ouders een gunst te bewijzen wegens een koop onder bepaalde voorwaarden van een skutsje van Sjoerdjes ouders Bauke en Lipkje.
 
Toen Sjoerdje in verwachting was van haar tweede dochter (Jiskje) verhuisden Klaas en Sjoerdje in 1903 weer naar Friesland waar zij voor eigen rekening gingen schipperen op het skutsje “Lastdrager” met als thuishaven Heeg. Omstreeks 1911 verkochten Sjoerdje en Klaas hun schip en namen hun nieuw gebouwde schip “De Onderneming” in gebruik. 
Sjoerdje en Klaas kregen negen kinderen: Lipkje in 1901, Jiskje in 1903, Bauke in 1904, Klaaske in 1905, Hijlke in 1907, Gelske in 1910, Sjoerdje in 1911, Pieter in 1914 (volgende in lijn) en Rinske in 1917. Lipkje werd in Apeldoorn geboren, de volgende vijf a/b van de Lastdrager en de jongste drie a/b van de Onderneming (zie notities achterop uittreksel huwelijksakte), 
 
Omstreeks 1920 ging het economisch slecht met de binnenschippers in Friesland en bij slecht weer was moeder Sjoerdje bang en bezorgd om de kinderen. Dit alles hebben Sjoerdje en Klaas doen besluiten om het schippersleven vaarwel te zeggen en vaste voet aan wal te zetten. De Onderneming werd verkocht aan Sjoerdjes broer Hendrik Veenstra voor 4.000 guldens, evenveel als het schip tien jaar eerder had gekost.
 
Sjoerdje en Klaas gingen daarna, in 1921, weer in Apeldoorn wonen, in hun eigen huis met 5.000 meter tuin aan het Hofveld, na drie jaar woonden ze aan de Staalweg en in 1925 kochten Klaas en Sjoerdje aan de Westenenkerweg een perceel heidegrond waar een woning op gebouwd mocht worden Later gingen hun zonen Bauke en Pieter ook aan de Westenenkerweg wonen en begonnen daar een brandstoffenhandel waar vader Klaas Wiersma op een gegeven moment ook bij betrokken werd.
Later trok Klaas zich terug uit de zaak onder de condities dat hij en zijn vrouw Sjoerdje in hun huis naast de zaak kon blijven wonen en daar een rustige oude dag konden beleven.
 
Sjoerdje Wiersma-Veenstra overleed op 3 oktober 1944 op 68-jarige leeftijd en Klaas bleef samen met dochter Gelske, die het huishouden deed, aan de Westenenkerweg wonen. Klaas overleed zes jaar na zijn vrouw Sjoerdje in de ouderdom van bijna 75 jaar.
Vorige pagina