Borg Onnemaheert

het verhaal achter...

borg onnamaheerdt

HET HUIS ONNEMA TE ZANDEWEER, KANTENS.
Zandeweer, Kantens, Sectie C 2, nr 374. In 1548 is een oud steenhuis vervangen door een huis met de naam Onnema door Haio Addinga van Westerwolde. Na 1725 wordt het huis geen borg meer genoemd maar “plaats”. In 1794 wordt het huis omschreven als een deftige herenbehuizing met schathuis, met nog een klein huisje, een hut met gestoelten, een grafkelder, hoven singe ls en grachten en 27 grazen en een beklemrecht van 64 grazen.
Het steenhuis wordt bewoond door Blijdeke toe Fraam, de overgrootmoeder van Haio Addinga. Na 1571 vererft het huis naar de Lewes en wordt ook door leden van de familie bewoont, tot het huis door huwelijk van Bywe Lewe in eigendom komt van haar echtgenoot Abel Coenders van Vervou. In 1698 wordt de borg geveild en gekocht door Ulphert Alles Writzers. Door vererving komt de borg na de dood van Liefke Wrizers in 1758 erft haar zoon Hendrik van Sijsen de plaats. Deze wordt echter bewoond door een meier, Claas Willems. Hendrik van Sijsen sterft echter wel op de Onnema en wel in 1794. De laatste bewoner is een pachter H. van Bolhuis tot 1805.
Op de plaats van het schathuis staat nu een boerderij. In 1805 wordt het huis verkocht aan Jozina Petronella Alberda douairière Lewe.In hetzelfde jaar wordt het huis nogmaals verkocht en afgebroken.

“Zo komt hij tot het besluit om bij het idyllisch gelegen Zandeweer de oude Onnemaheerd te, herscheppen tot een borg, die een der schoonste wordt der gehele Omlanden.”

Onnemaheert.
Lang na Blideke’s dood komt de Onnemaheert aan Hayo (III) Addinga, laatsten telg der machtige Westerwoldsche heeren, die een strijd op leven en dood hebben gevoerd met de stad Groningen en daarin het onderspit hebben gedolven.
Gelukkig treedt na deze woelingen een periode van rust en vrede in met de Bourgondisch-Oostenrijksche regering. Karel V schept orde in de chaos. Landbouw en veeteelt komen tot bloei en brengen welvaart in het maatschappelijk leven. De grootgrondbezitters maken hoge huren van hun bezittingen en langzamerhand is hun lust tot de burgeroorlog vergaan. Abel Eppens, de nauwkeurige kroniekschrijver, weet te vertellen, hoe na 1536 de Omlander adel de rustige kalmte zoekt van het landelijk leven, om zich te wijden aan de rechtspraak, het dijkwezen en andere maatschappelijke belangen. Hij spreekt ook van het zilver, het goud en fluweel, waarmee de edellieden zich gaan tooien, hoe zij wijnen opslaan en hoe het beste Engelsche laken hun niet te kostbaar is.
Ook Hayo Addinga volgt dat spoor. Hij ziet de opbrengst van zijn bezittingen te Zandeweer, van wijlen Blideke Tho Frama (* Mr. C. P. L. Rutgers. Inv. huisarchief farmsum, bl. 602, reg. 230). Ook het klauwboek van Johan Tjassens vermeldt te Zandeweer, bij Butsmijtaheem en Helwerda: Blijke fradema en bij Onnemaheert: Westerwold (Addinga).) verdrievoudigd en ook hij wenst te midden van deze eigendommen een rustig leven te leiden.

Zo komt hij tot het besluit om bij het idyllisch gelegen Zandeweer de oude Onnemaheerd te, herscheppen tot een borg, die een der schoonste wordt der gehele Omlanden. Van daaruit ziet hij noordwaarts de torens en het geboomte van zijn kerspel Zandeweer met Scheltkema en van Uithuizen met Menkema, zuidwaarts Fraam en Ewsum, westwaarts Kantens en het klooster Rottum en oostwaarts Eppenhuizen.

Jan Norder jr te Zandeweer heeft deze schets vervaardigd naar een schets van Stellingwerf in de 1e helft v.d. 18e eeuw. Het stelt de tot borg verbouwde boerderij voor met de breide oprijlaan, grachten en slotpoort. Bron: GVA 1921.
Bijgaande afbeelding door de heer Jan Norden jr. te Zandeweer vervaardigd naar een schets, die vrij zeker door Stellingwerf in de eerste helft der l8e eeuw wordt getekend, doet ons de tot borg verbouwde boerderij met omgeving zien. De brede oprijlaan, die nog in wezen is (in 1921), doorsnijdt de eveneens nog aanwezige zuidersingel en voert langs boschages en tuinen, hovingen en visserij, over ’t plein voor de borg en grachten naar de slotpoort.
Een hoge koepel bestrijkt uren ver de omtrek, terwijl twee andere geestige torentjes het geheel een vrolijk aanzien geven. Heer Hayo laat zijn nieuwe burcht even als het voorvaderlijk slot te Wedde niet uit het water optrekken, maar door een muur omringen. Daarboven steekt de sierlijke behuizinge schilderachtig uit als een klein Omlands paleis.
Het Nobiliarium Groninganum van Wilhelm Coenders van Helpen noemt het jaar 1548 als het stichtingsjaar van de borg.
Hayo is gehuwd met Johanna de Mepsche. Hij schijnt in de vrijheidsoorlog tegen Spanje geen werkzaam aandeel te hebben gehad. Abel Eppens, die breedvoerig alle mogelijke plaatselijke bijzonderheden uit die dagen mededeelt, noemt hem niet. Alleen vermeldt hij, dat het huis van Hayo Westerwold “gebrannet” is (l568). Toch heeft hij blijkbaar de R. Katholieke religie verzaakt blijkens zijn typerend Protestants grafschrift in het kerkkoor te Zandeweer: ‘Ao. 1571 is de edele erentf. Hayo Addingha van Westerwolde jr. ende hovelinck tot Sandeweer, sijnde de laatste van ’t geslachte, in.
Godt den Heere ontslapen, verwachtende een zal opeerstandinghe in Christo.

Lees verder….

Vorige pagina