Gemeente Ten Boer

het verhaal achter...

ten boer

wapenschild gemeente ten boer

Indeling:
De gemeentegrens van Ten Boer liep ten oosten van het Eemskanaal. Tot aan 1962 behoorden de gehuchten Blokum, Graauwedijk, (nu Overschild) Heidenschap en Roeksweer tot de gemeente Ten Boer. In 1962 zijn deze bij de gemeente Slochteren gevoegd. In 1798 is de gemeente ontstaan uit de voormalige kerspelen Garmerwolde, Garrelsweer, Lellens, Ten Boer, Thesinge, Wittewierum en Woltersum. Tegenwoordig behoren de dorpen Kröddeburen, Sint-Annen, Ten Post en Winneweer ook bij deze gemeente.Ter informatie over Kerspelen:
Kerspel (ook: karspel, kerspil, carspel of carspil) is de middelnederlandse benaming voor een kerkgemeente of parochie. Het kerspel maakte als territorium van een parochie of kerkelijke gemeente van oudsher deel uit van de kerkelijke organisatie van een bisdom.
De grenzen dateerden veelal uit de 11e of 12e eeuw. Door bevolkingsgroei en ontginning van woeste gronden of door splitsing werden deze grenzen gewijzigd. Na de reformatie kwam het bij de protestants geworden parochies ook tot grenswijzigingen.
Voor de zielzorg van de parochianen alsmede het verrichten van religieuze handelingen in de kerspel was dit het domein van de parochiepriester of kapelaan. Omdat de grenzen van een kerspel meestal samenvielen met die van het richterambt of schoutambt wordt het woord kerspel ook wel eens als synoniem voor deze gebruikt.

Vanaf de zestiende eeuw begon men het begrip kerspel steeds meer te gebruiken om de bestuurlijke eenheid aan te geven die vanaf de Bataafse Revolutie 1795 de burgerlijke gemeente zou gaan vormen. Soms zijn bij de vorming van de gemeenten kerspelen samengevoegd tot een gemeente

Geschiedenis
De kloosterker is het enige overgebleven gebouw van het cystecijner Nonnenklooster (gesticht in 1295) welke hier gestaan heeft. Deze nonnen behoorden toe aan de orde van Benedictnessen. In 1485 is het klooster gesloten (al voor de reductie dus) de overgebleven nonnen zijn destijds verhuisd naar het klooster in Tesinge.

Het buurtschap Bouwerschap ten oosten van Ten Boer werd in de 15e eeuw ook wel in de Bauwert genoemd. Het dorp en de gemeente heeft altijd rustig kunnen vortbestaan. In 1990 zou daar een eind aan kunnen komen omdat de grens van 10.000 inwoners niet gehaald werd.

Een fusie met de gemeente Bedum was bijna een feit. Er werd een oplossing gevonden in de vorm van een samenwerkingsverband met de gemeente Groningen. In 2006 is dat dan ook daadwerkelijk ingegaan.

“Vanaf de zestiende eeuw begon men het begrip kerspel steeds meer te gebruiken om de bestuurlijke eenheid aan te geven die vanaf de Bataafse Revolutie 1795 de burgerlijke gemeente zou gaan vormen. “

Bezienswaardigheden
Alleen bij Ten Boer stonden langs het damsterdiep al twee molens Rond 1900 stonden er meer dan dertig molens langs het Damsterdiep. De Widde Meuln in Ten Boer is de enig overgebleven, complete en werkende molen uit deze reeks. De molen werd oorspronkelijk in 1839 als pelmolen gebouwd. Direct na de afschaffing van de belasting op het gemaal in 1855 werd de molen tevens uitgerust als korenmolen.

Na ruim 80 jaar op windkracht gemalen te hebben, werd de Widde Meuln rond 1925 voorzien van een elektromotor. Aanvankelijk werd deze alleen op windstille momenten gebruikt. Langzamerhand nam de elektromotor het werk echter geheel over en werd de molen vanaf 1932 stapsgewijs onttakeld. In 1936 werd tenslotte de kap verwijderd. Hierna reste slechts de stenen onderbouw die bijna 70 jaar lang het dorpsbeeld bepaalde.
De molen heeft vervolgens nog tot in de jaren vijftig elektrisch gemalen. In 2007 is de molen in oude glorie hersteld.
Bron: www.widdemeuln.nl
De kleine molen er vlak bij is de Bovenrijge. Deze molen uit 1903 heeft oorspronkelijk aan de bovenrijgeweg gestaan en is in 1980 (?) herbouwd op deze plaats. De sluis bij dijkshorn is op de grens van twee waterschappen (en dus waterpijlniveau’s) gebouwd, deze sluis is van 1928 en is voorzien van de zogenaamde “Stoney-schuiven”. Dit is de enige waterdoorgang door de stadsweg in de gemeente.
Aangezien het meeste vervoer voor de opkomst van de vrachtauto (midden 20ste eeuw) via het water ging was dit een belangrijke verbinding. Tijdens de bevrijding is door geallieerd vuur een gat in de rechtsboven in de noordelijke staander geschoten. Voor de aanleg van deze sluis heeft op de plaats van de brug een overtoom gelegen.

Bron: www.vrouger.nl

Het gemeentehuis:
​Dit gemeentehuis werd in 1911 gebouwd naar tekeningen van de gemeente architect Simon Blokzijl. In veel opzichten, zowel wat detaillering als indeling betreft, lijkt het verrassend op een aantal andere gemeentehuizen in de provincie Groningen, die ontworpen zijn door andere bouwmeesters: Winsum, Kantens en Uithuizermeeden zijn van Stadsbouwmeester, A.L. van Wissen. Grootegast is van de hand van P. Tilbusscher.

Winsum is het eerst gebouwd (1907) Kantens het laatst (1920). De stijl komt overeen met de architectuur van de eeuwwisseling. Een mengeling van romaans en renaissance in een vereenvoudigde vorm, die doet denken aan de Amsterdamse Beurs van Berlage, die iets ouder was. De licht geschilderde lateien, blokken en lijsten van natuursteen werden vaak uitgevoerd in het goedkopere beton zonder dat dit opviel. In de jaren vijftig en zestig zijn al deze gemeentehuizen gerenoveerd om ze aan te passen aan de eisen der tijd.
Daarbij zijn veel authentieke details, vooral binnen, zinloos vervangen door de strakke zakelijkheid van het nieuwe kantoorideaal. Wat nu status heeft omdat het antiek aandoet werd toen gezien als ouderwets en stoffig. Een bekend voorbeeld is het betimmeren van deuren met triplex uit hardhoutfineer. Daarbij moest natuurlijk ook allerlei lijstwerk om deuren en ramen eraan geloven. Balustrades van trappen en overlopen werden gesloopt of bedekt met platen. Door het grotere aantal inwoners (en taken) moest ook veelal de kluis voor waardepapieren worden vergroot, wat tot aanbouwen of inbouwen leidde, die natuurlijk ook weer modern moesten zijn. In het geval van Ten Boer werd deze verbouwing ook ingegeven door constructieve redenen.
Door het scheefzakken van het gebouw in de natte klei, moesten fundamenten en vloeren worden aangepast en verstevigd. Het trappenhuis was zelfs onveilig geworden. Dit gemeentehuis van de kleinste gemeente van Groningen heeft de grootste afmetingen, maar het is dan ook het enige met een inpandige conciërgewoning, met een eigen ingang (nummer 45) en trap. Natuurlijk werd bij de bouw nog geen rekening gehouden met een badkamer of aparte slaapkamer voor de bode. Hij sliep in een bedstee en waste zich bij de gootsteen.
Volgens de overlevering is het gebouw opgetrokken op een stuk grond tegenover het café Het Oude Raadhuis, dat de caféhouder voor een symbolisch bedrag daartoe verkocht.
Misschien probeerde hij hiermee nog iets van de klandizie te behouden, want zijn café had lange tijd als Raadszaal dienst gedaan. Nadat de gemeente in 1977 het gemeentehuis verruild had voor een gerestaureerde antieke boerderij, werd het gebouw bewoond door de familie Venema, die het kruisraam in renaissancestijl toevoegde aan de voormalige raadszaal.
 De volgende bewoner, Franz Jansen bouwde in de voormalige secretarie een compleet zwembad met sauna, dat door de huidige bewoners weer is gedempt. De alleen van buitenaf toegankelijke arrestantenkelder (gevangenis) is weer in oude toestand hersteld.
Op het plafond bevinden zich nog ingekraste namen van arrestanten uit 1945. De monumentale hal met trappenhuis en de raadszaal dient nu als expositieruimte voor galerie TroosT van de huidige bewoners, Wouter van Rossem en Fransje Lammerts. In de raadszaal is een deel van het speciaal in 1955 gemaakte meubilair opgesteld.
 
Bron: Wouter van Rossem, 29-06-’06.[Best_Wordpress_Gallery id=”5″ gal_title=”Fotos gemeente Ten Boer”]
Vorige pagina