Farmsum

het verhaal achter...

farmsum

foto

Geschiedenis
Het noordwestelijke oude deel van het dorp is gelegen op een wierde. Omstreeks het jaar 1000 werd voor het eerst gesproken van het dorp Farmsum: Fretmarashem. Deze naam laat zich verklaren als ‘woonplaats van Fretmar (“Vredemaar”)’. In het jaar 1228 was er sprake van Fermeshem. Aan het einde van de 14de eeuw werd de naam als Fyrmesen geschreven en nog later als Fermissum en Farremsem. De rechtspraak, ook de proosdij over het oosten van Fivelingo en de Oldambten, was toen in handen van de Ripperda’s, de bewoners van het Huis te Farmsum.

In de Franse tijd is Farmsum kortstondig, in 1809, een zelfstandige gemeente geweest. De Fransen hadden het plan om van Farmsum en Delfzijl een tweelingvesting te maken. Dit zou betekenen dat Farmsum een fortresse zou worden, maar van het plan kwam niets terecht. Tijdens het beleg van Delfzijl (1813-1814) had Farmsum zwaar te lijden onder de beschietingen en uitvallen van de Fransen en omdat het schootsveld rond de vesting vrijgemaakt moest worden.

Farmsum heeft een eigen spoorwegstopplaats gehad. Deze stopplaats Farmsum diende van 1910 tot 1934 voor de treinen van de spoorlijn Zuidbroek – Delfzijl en van 1929 tot 1941 voor die van het Woldjerspoor. Dat is in 1942 opgebroken, maar het koffiehuis bestaat nog.

De hervormde kerk van Farmsum werd in 1869 gebouwd ter vervanging van de bouwvallige middeleeuwse kerk. Een ander monument in het dorp is de in 1977 verplaatste korenmolen Aeolus.

Bron: Wikipedia

“In de Franse tijd is Farmsum kortstondig, in 1809, een zelfstandige gemeente geweest. De Fransen hadden het plan om van Farmsum en Delfzijl een tweelingvesting te maken.”

Vorige pagina