Provincie Groningen

Het verhaal over.......

provincie groningen


Groningen
is zowel een stad als een provincie. De geschiedenis van de stad is niet te begrijpen zonder kennis van de Ommelanden, de geschiedenis van de provincie is ook niet te begrijpen zonder begrip van de bijzondere positie van de enige grote stad in de provincie. In dit artikel worden daarom zowel de geschiedenis van de Ommelanden als de geschiedenis van de stad behandeld.
Prehistorie & Oudheid

Landschapsvorming
Het tijdperk waarin de geschiedenis van Groningen haar begin vond was het pleistoceen (zo’n 200.000 jaar geleden), dat werd gekenmerkt door wisselende warme en koude periodes. Tijdens deze koude periodes kwamen er lange zware ijstongen, ook wel gletsjers genoemd, over Nederland, boven de tegenwoordige grote rivieren, te liggen. Deze trokken zich in de volgende warme periode weer terug. In deze warme periodes kwamen er rivieren over Nederland te liggen die zand, grind en ander fijn materiaal sedimenteerden. Voor Groningen betrof dit de Eems, die volgens sommigen toen nog door het tegenwoordige Westerwolde stroomde. Na deze warme periode volgde er weer een koudere periode. Ook tijdens deze periode kwam het landijs in Nederland, maar niet verder dan de IJssel. Door de enorme druk van het gewicht van de gletsjers die twee keer over Noord-Nederland zijn getrokken, is de grond daar langzaam samengeperst en ingezakt. Ook de aanwezigheid van keileem maakte de grond “waterdicht”. Het Saalien was de laatste periode waarin landijs tot in Noord-Nederland kwam. Toen werd de Hondsrug gevormd.

Tijdens het einde van de laatste ijstijd, zo’n 12.000 jaar geleden, steeg de waterspiegel van de Noordzee snel. Hierdoor werd de afwatering van het gebied dat men tegenwoordig kent als de provincie Groningen, slechter. Door de “waterdichte” ondergrond ontstond er een uitgebreid moerasgebied, dat later ook wel het Bourtangermoeras genoemd werd. Dit gebied strekte zich uit over Groningen, Drenthe, Friesland en het Eemsland. Vanuit het zuidoosten werd dit gebied doorsneden door een lange zandrug met allerlei kleine uitsteeksels en uitlopers: de Hondsrug. Deze strekt zich tegenwoordig uit over een afstand van ongeveer zestig kilometer van Emmen in zuidoost Drenthe tot voorbij de tegenwoordige stad Groningen waar het geleidelijk onder de kleibedekking verdwijn

“De geschiedenis van de provincie is ook niet te begrijpen zonder begrip van de bijzondere positie van de enige grote stad in de provincie.”

Eerste menselijke bewoning

Nederland rond 2750 v.Chr.
De zandruggen werden al sinds het Neolithicum (5000-2000 v.Chr.) bewoond door mensen van pre-Indo-Germaanse herkomst. De hunebedden (52 in Drenthe, 2 in Groningen) zijn daarvan het bewijs. Het noordelijkste hunebed werd bij Delfzijl gevonden onder een dikke laag leem. Het andere Groningse hunebed ligt bij Noordlaren, vlak tegen de grens met Drenthe. Er moeten er meer zijn geweest, maar waarschijnlijk vielen die ten prooi aan stenenrovers. Van 3 hunebedden is zeker dat ze hebben bestaan. Ook andere archeologische vondsten bevestigen dat er in het huidige Groningen toen al bewoning plaatsvond.

In de vroege ijzertijd, 600-400 v.Chr. werden ook de lager gelegen leemgebieden bevolkt, doordat de zandruggen langzaam smaller werden. Sinds het einde van de Bronstijd (700 v.Chr.) hadden zich steeds meer Ingvaeones in het gebied gevestigd. Deze volksstam van de Westgermanen stamde oorspronkelijk uit zuidelijk Scandinavië. De naam Ingvaeones is afgeleid van de God Inguz. Inguz is een andere naam voor de Germaanse God Freyr. Stammen van de Ingvaeonen waren de Saksen, Friezen, Chauken, Jutten, Angelen, Warnen, Kimbren en Teutonen. De Friezen waren het meest actief in het gebied dat nu de provincie Groningen is, en vormt met de huidige provincie Friesland tot aan de huidige regio West-Friesland het stamland der Friezen.
Bron: Wikpedia

Meer weten over deze noordelijke provincie?
1000 jaar Groningen
Provincie Groningen

Vorige pagina